Kristof Vrancken 16.03.2018

Expo: Littekens en Levenskracht: Een Confrontatie
Tekst: Kristof Vrancken, docent, onderzoeker en fotograaf 
 
De sculpturen van Eddie Symkens ontstaan uit de aarde, uit klei. Op het eerste zicht zien deze menselijke figuren er wat mistroostig uit.
Getormenteerd, haast zielig. Maar hoe kan het anders? Om te kunnen ontstaan wordt de materie eerst plat geslagen met grof geweld en houtblokken.
Er wordt ingesneden, gekerfd en op gehamerd, gesculpeerd.
Er wordt met oxiden en glazuur naar hen gegooid. Dan gaan ze het hellevuur in en worden ze gebakken tot meer dan 1000 graden. Je zou voor minder mistroostig worden.
 
Maar de sculpturen van Eddie gaan over zien en niet zien. Ze houden de ogen dicht. Het is echter niet zo dat als je de ogen gesloten houdt, je niets kan zien. Integendeel. Ze sluiten de ogen om naar binnen te kijken, de ziel.
Het binnenste van de mens. Het binnenste van ons.
 
Dat  is iets wat  we - als  mensen - misschien te weinig doen. We staren naar buiten, naar de anderen, de buren, de jetset. We kijken naar koppels en vrijgezellen op een eiland. En onze blik lijkt soms te zijn verlijmd aan ons scherm. 
Afleiding.  Altijd maar is er afleiding. Het  is moeilijk om even stil te staan in het hier en nu. Er zijn te weinig stille momenten. Momenten om je ogen naar binnen te draaien en eens te zien wie er in dit lichaam, dat je elke dag in de spiegel ziet, zit. Wie ben je?
 
Dat maakt dat deze sculpturen ons ontroeren. Ons raken en confronteren. Ze doen ons ergens pijn als we er naar kijken. Ze maken ons kwetsbaar. Deze menselijke schepsels laten ons nadenken over onze menselijke aard, onze tekort komingen. Dat doet zeer. Maar het is zo brood nodig.
Al we nu opnieuw kijken naar deze mensachtige wezens, met een andere, ingetogen blik, dan kan je merken dat ze hun littekens met een zekere  trots dragen. Hoe zwaar ook het leven is van een keramieken sculptuur, of van de mens.
Ze behouden hun veerkracht, proberen het menselijke lot te overstijgen. Ze behouden hun intrinsieke kracht. Dat is misschien het belangrijkste. Het leven is niet altijd vrolijk. Je krijgt al eens klappen, er wordt al eens in je hart gekerfd en soms wordt er met slijk naar je gegooid.
En toch. Het leven gaat verder. Je leven gaat verder. Soms zijn het net de littekens en de donkere momenten die ons er aan herinneren hoe schoon sommige simpele dingen en momenten kunnen zijn. Deze sculpturen, hoewel ze ons confronteren met ons eigen zwakke vlees, kunnen ons troost bieden. En loutering.
Dat de beelden ons raken, is dankzij het meesterschap van Eddie. Door het jarenlange proces van beeldhouwenen in het zoeken naar de essentie, vond hij een eigenzinnige vormentaal. Die  ruw en toch ook zacht is.Troosteloos en toch ook hoopgevend. Intrinsieken toch expressief. Eddie speelt met al deze contradicties. Hij laat alle onnodige ballast.  -Wie heeft erimmers voeten nodig?-
Hij zoekt naar een heikel evenwicht  tussen realisme en abstractie en daagt hierbij de kijker uit om zelf voor betekenis en invulling te zorgen. Sommigen sculpturen dragen een kleed van kleur, maar ook dit kan niet alle littekens bedekken.
Elk werk ontstaat uit de handen van de kunstenaar, die dagenlang zwoegt, om van een homp klei een nieuwe creatie te maken. Een beeld met een eigen karakter. Een eigen ziel. Eigen zwaktes, beperkingen maar ook  sterktes.
Het gaat over kijken – en niet  kijken -.  Zien en niet zien. Dieper graven en dieper kijken. Stil staan. Denken.
Confronteren met wie we zijn, waar we zijn en wat we doen met onszelf, onze geschiedenis en littekens.